De voetbalvereniging V.V. Young Boys is op 3 april 2012 in staat van faillissement verklaard. Daaraan ging vooraf een boekenonderzoek door de fiscus met als conclusies dat er een onvolledige administratie werd gevoerd, inkomsten werden verzwegen en de vereniging nimmer aangifte omzetbelasting en loonbelasting heeft gedaan. Vanaf 2010 werden er in de bestuurskamer van de club pokeravonden gehouden waarbij verschillende bestuursleden aanwezig waren. Het Openbaar Ministerie heeft 2 (voormalige) bestuursleden vervolgd voor het organiseren van pokeravonden en het witwassen van de opbrengsten. De bestuursleden zijn strafrechtelijk veroordeeld. Mede als gevolg daarvan weigeren sponsors de bijdrage, lopen de bezoekersaantallen terug en daalt de motivatie onder leden en trainers. Een faillissement volgt.

De curator van de vereniging spreekt de (oud) bestuurders aan. Hij vordert dat ieder van de bestuurders hoofdelijk wordt veroordeeld in het gehele tekort van het faillissement. Omdat geen sprake is van een commerciële vereniging die onderworpen is aan de vennootschapsbelasting, faalt die vordering. De subsidiaire grondslag van de vorderingen van de curator slaagt wel. De bestuurders hebben gehandeld in strijd met de statuten van de vereniging. Zij – vooral de achtereenvolgende penningmeesters treft dit verwijt – hebben geen deugdelijke boekhouding gevoerd waaruit de verplichtingen van de vereniging eenvoudig kon worden vastgesteld. Verder heeft de vereniging geen ledenvergaderingen gehouden en de illegale pokerinkomsten ingezet om schulden van de vereniging te voldoen. Elke bestuurder kan hiervan een ernstig verwijt worden gemaakt. Eén bestuurder – hij was  maar een korte periode verantwoordelijk voor de ledenadministratie en wedstrijdzaken -ontspringt te dans.

De rechtbank oordeelt conform vaste rechtspraak dat voor (externe)  bestuurdersaansprakelijkheid vereist is dat bestuurder een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt.  De bestuurder heeft zijn bestuurstaak als bedoeld in artikel 2:9 BW niet behoorlijk vervuld indien geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden zo gehandeld zou hebben. Verder geldt dat indien een aangelegenheid tot de taak van twee of meer bestuurders behoort, een ieder (collectief bestuur) voor het geheel aansprakelijk is, tenzij het verwijt niet deze bestuurder betreft en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen ervan af te wenden.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2015:7539

Bert Bakhuis (bb@bdmadvocaten.nl)

9 juni 2016

Meer informatie?

Neem vrijblijvend contact op met onze advocaat