De heren A en B  starten een bedrijf met als doel het opleiden van personeelsleden in de beveiligingsbranche. A en B zijn beiden (indirect) aandeelhouder en bestuurder. A neemt (voor onbepaalde tijd) met ingang van april 2013 een personeelslid aan als opleider/trainer. Deze werknemer X ontvangt slechts éénmaal salaris. In kort geding wordt de vennootschap veroordeeld tot verdere betalingen. Aan de veroordeling wordt echter door het bedrijf niet voldaan. Ook andere werknemers ontvangen geen salaris waarop zij gezamenlijk het faillissement aanvragen.

 

In een faillissementsverslag vermeldt de curator: “Niet is gebleken dat curanda beschikte over adequate financiering van een bank dan wel van een andere financier opdat de crediteuren van curanda alsmede de opstartkosten van de onderneming van curanda konden worden voldaan. De door curanda gedreven onderneming is naar de mening van de curator ernstig ondergefinancierd”.

 

Voor werknemer X is het faillissementsverslag bruikbaar materiaal. Hij spreekt beide bestuurders/aandeelhouders aan. Het hof Arnhem-Leeuwarden overweegt in hoger beroep dat onder bijzondere omstandigheden er ruimte is voor aansprakelijkheid van de bestuurder, naast de aansprakelijkheid van de vennootschap. Daarvoor is nodig dat de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt valt te maken. De bestuurder die namens de vennootschap de arbeidsovereenkomst is aangegaan, kan persoonlijk aansprakelijk zijn indien kan worden aangenomen dat hij bij het aangaan van verbintenissen wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden. De werknemer had onder meer verwezen naar de notulen van een aandeelhoudersvergadering van 14 januari 2013 waarin stond opgetekend: “Er is nog geen geld van de investeerder en dat baart ons zorgen”. Ook aan de hand van andere documenten oordeelde het hof dat het bedrijf ten tijde van het ondertekenen van de arbeidsovereenkomst met X geen deugdelijke financiering had en evenmin opdrachten. De vordering tegen bestuurder A wordt op die grond toegewezen. De andere bestuurder B ontspringt de dans.

 

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 8 maart 2016 ECLI:NL:GHARL:2016:1811 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2016:1811

 

Bert Bakhuis bb@bdmadvocaten.nl

20 september 2016

Meer informatie?

Neem vrijblijvend contact op met onze advocaat