Van achterkamer naar achterdeur

Procedures tegen bestuurders van vennootschappen op grond van (interne of externe) bestuursaansprakelijkheid kosten vaak jaren, niet in de laatste plaats omdat, vanwege de doorgaans grote financiële belangen, vaak in twee instanties wordt geprocedeerd.

Als de Schuldeiser dan uiteindelijk na een aantal jaren in het gelijk wordt gesteld en de (oud) bestuurder wordt veroordeeld om een schadevergoeding te betalen aan de Schuldeiser, kan de Schuldeiser door toedoen van de Wettelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen (“WSNP”) alsnog met lege handen komen te staan.

WSNP

Middels de WSNP kunnen schulden van alle natuurlijke personen (schuldenaren) met woonplaats in Nederland, al dan niet een beroep of bedrijf uitoefenend, gesaneerd worden. Volgens de MvT bij het wetsontwerp is het hoofddoel van de WSNP tegen te gaan dat een natuurlijk persoon, die in een problematische financiële situatie is terechtgekomen, tot in lengte van jaren met zijn schulden kan worden achtervolgd.

Achterkamer

De toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling vereist een beslissing van de rechter op het daartoe strekkende verzoek van de schuldenaar (art. 284 Fw). De wetgever heeft ervoor gekozen de positie van de schuldeiser bij de behandeling van een schuldsaneringsverzoek beperkt te houden. De wet voorziet dan ook niet in het horen van een schuldeiser.

De wetgever acht de belangen van de schuldeisers in de weigeringsgronden van artikel 288 Fw voldoende gewaarborgd. Deze weigeringsgronden zijn onder meer; “het ontbreken van goede trouw”, “het niet volgen van een minnelijk traject” en “het gewoon kunnen voortgaan met betalen van schulden”.

De enige mogelijkheid die een schuldeiser heeft om enigszins invloed uit te kunnen oefenen op de WSNP, is het indienen van een brief of andere stukken, waarop de rechter bij de beslissing acht kan slaan (HR 25 februari 2000, NJ 2000/310).

Jurisprudentie

Zowel de rechtbank Den Haag als Midden-Nederland hebben een dergelijk verzoek van een bestuurder afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw van de bestuurder ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend.

In beide gevallen werd in hoger beroep (respectievelijk bij het hof Arnhem-Leeuwarden en Den Haag) het verzoek tot toepassing van de WSNP alsnog gehonoreerd. Het Hof Den Haag overwoog (niet gepubliceerd):

“Anders dan de Rechtbank Den Haag in het thans bestreden vonnis heeft overwogen, is het hof van oordeel dat de vordering van [ Schuldeiser ] op grond van bestuursaansprakelijkheid van [ Verzoeker WSNP ] niet is ontstaan binnen de termijn van vijf jaar voorafgaand aan zijn toelatingsverzoek. De vordering is immers gegrond op onrechtmatig handelen of nalaten van [ Verzoeker WSNP ] bij de omstreden transactie die in augustus 2005 heeft plaatsgevonden. Dat over deze vordering en over de mate van schadevergoedingsplicht eerst in 2012 (onherroepelijk) is beslist, is niet van belang voor de ontstaansdatum van de vordering. In het midden kan daarom blijven of [ Verzoeker WSNP ] ten aanzien van het ontstaan van deze vordering al dan niet te goeder trouw is geweest en in welke mate hem een verwijt treft.”

Omdat een Schuldeisers geen partij kan worden in de WSNP, is appel/cassatie niet mogelijk. Zie een afwijzing van een hiertoe strekkend verzoek van een Schuldeiser: Hof Den Haag, 22 juli 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:4488

Van achterkamer naar achterdeur

Kortom, na jaren van procederen – zonder dat de Schuldeiser een reële mogelijkheid heeft gehad om van zijn vorderingsrecht gebruik te maken – is de Schuldeiser zijn vorderingsrecht door toedoen van de achterkamertjes rechtspraak van de WSNP alweer kwijt.

Een schending van diverse fundamentele rechtsbeginselen (artikel 17 en 19 GW en 6 EVRM)!

  • Geen (effectieve) invloed kunnen uitoefenen op de procedure,
  • Geen toegang gehad tot de zittingen,
  • Geen kennis kunnen van de processtukken (o.a. het verzoekschrift tot toepassing van de WSNP) en
  • Niet kunnen reageren op (onjuiste) stellingen van de schuldenaren.

Via de achterkamerrechtspraak van de WSNP ontsnapt de schuldenaar dus via de achterdeur.

Mark Dingemans (md@bdmadvocaten.nl)

10 juni 2016