020 3052 980  
  • EN
  • NL

Verhuurder die V&D geen huurkorting geeft, maakt misbruik van bevoegdheid

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 december 2015

ECLI:NL:GHARL:2015:9827

Op 24 december 2015 werd het faillissement uitgesproken van de warenhuisketen V&D. Twee dagen daarvoor deed het gerechtshof in Arnhem nog een opmerkelijke uitspraak in een huurgeschil tussen V&D BV en een van haar verhuurders.

Een groot aantal verhuurders had op verzoek van V&D een korting op de huurprijs van ca 60 % toegekend. Het bedrag van de korting zou voorlopig op een escrow-rekening worden gestort. In geval van faillissement of surséance voor 1 juli 2015 zou het escrow-bedrag aan de verhuurders worden doorgestort.

Enkele verhuurders, waaronder Mondia, weigeren korting te verlenen en vorderen betaling van de volledige overeengekomen huurprijs voor een winkel in Hengelo. V&D heeft tot 1 maart 2015 een bedrag van ruim EUR 51.000 ingehouden. Een aantal verhuurders die wél een korting hadden toegekend voegen zich in de procedure aan de zijde van V&D.

De kantonrechter wijst de vordering van Mondia in kort geding toe. Hof Arnhem-Leeuwarden komt tot een ander oordeel: “De vraag die in de onderhavige zaak voorligt is of het bestaan van de vordering van Mondia voldoende aannemelijk is om toewijzing bij voorraad van de door haar gepretendeerde geldvordering te kunnen rechtvaardigen … Die vraagt beantwoordt het hof ontkennend; het beroep van V&D, ASR c.s. en IEF c.s. op misbruik van bevoegdheid acht het hof niet op voorhand ongegrond …In dit verband is het voor het hof van wezenlijke betekenis dat aannemelijk is dat bij de huidige stand van de markt voor de verhuur van winkelpanden en in het bijzonder grote panden als bij V&D in gebruik, alle verhuurders – en dus ook Mondia – in geval van een faillissement van V&D een bijzonder groot nadeel zouden hebben geleden die zij dankzij het reddingsplan van begin februari 2015 in belangrijke mate hebben kunnen ontlopen. ”

Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt Mondia tot terugbetaling aan V&D van het bedrag dat zij op basis van het vonnis had geïncasseerd. Twee dagen na het arrest werd het faillissement van V&D uitgesproken en bleek het offer van de verhuurders niets te hebben geholpen. Het is opmerkelijk dat het hof een vordering tot nakoming van een overeenkomst als misbruik van bevoegdheid beschouwt, en zich daarbij baseert op een inschatting van de overlevingsmogelijkheden van V&D die al snel onjuist bleek.

Het hof lijkt iets te snel te zijn geweest met het veronderstellen van misbruik van bevoegdheid door de verhuurder. Inmiddels is de communis opinio dat V&D failliet is gegaan omdat haar winkelformule al jaren achterhaald was. Het is daarom niet waarschijnlijk dat bij dreigend faillissement van andere winkelketens (daarvoor zijn er in de Nederlandse winkelgebieden verschillende kandidaten) een rechter opnieuw misbruik van bevoegdheid zal aannemen als een verhuurder betaling verlangt van de overeengekomen huurprijs. Dit arrest hoeft voor verhuurders dus geen aanleiding te zijn om af te zien van het incasseren van de overeengekomen huur.

Edmond de Meijer (edm@bdmadvocaten.nl)

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHARL:2015:9827

24 februari 2016